Nieuw wordt normaal

Inmiddels geef ik via Zoom online les aan al mijn groepen. Duur: iets meer dan een uur per les. We praten meer dan voordien, we lezen en spellen en ik schrijf mee in ‘de chat’. Ik bewaar die chat en mail hem achteraf door voor de cursisten die zelf niet weten hoe je hem kunt opslaan. Na enige aarzeling bij sommigen krijg ik nu het commentaar dat het goede lessen zijn en dat ze er helemaal aan gewend zijn. Ze vinden het makkelijk.

Af en toe zie ik eens een nieuwsgierige zoon of dochter op de achtergrond en praten we even over hoe het nu bij hen op school gaat (het is tenslotte allemaal Nederlands). Daarna werken we weer verder met de lesstof. De lesmethodes van Kleurrijker bieden veel online oefeningen: dat komt nu extra goed van pas, want men is daar al aan gewend.

Begin juni zal ik klaar zijn met twee groepen. Ik heb tien gegadigden voor een nieuwe cursus, al zou die aanvankelijk online zijn. Maar online is door DUO alleen toegestaan voor cursisten die een lopend contract hadden en dus eerst in de klas zaten.
Kan ik binnenkort nieuwe cursisten in de klas ontvangen? Ik oriënteer me: spatschermen? Stickers op de grond ? Ontsmettende zeep bij de deur? In elk geval looproutes en een lager aantal cursisten per groep vanwege de ruimte.

De groepen die nu bijna klaar zijn, zal ik nadien in de klas nog enkele lessen schriftelijk werk aanbieden, schrijfexamens oefenen e.d. Hier denk ik nog over na.

Echte lessen via internet

Ondertussen heb ik met drie groepen de draad opgepakt, we gaan verder met lessen uit het boek. Twee tot drie keer per week een les online van 1 tot 1,5 uur. Het blijkt verrassend genoeg ook écht les te kunnen zijn! Wat korter dan voorheen in de klas, maar zeker zo nuttig.

Het geeft structuur aan de dag. Iedereen moet dingen voorbereiden, we maken vorderingen in het lesboek. Ik deel teksten en extra oefeningen via het scherm. En we praten en zien elkaar. Niet alle cursisten doen mee want sommigen werken. Maar het merendeel wel. Er zijn ook cursisten die zelfstandig verder werken in hun boek (en de website bij het boek), zonder mee te doen met online les. Ik hoop snel te starten met de laatste twee groepen waarmee ik nog niet aan de slag ging.

Na deze periode zal ik de cursisten opnieuw groeperen: degenen die niet verder werkten komen in een andere groep dan degenen die al een heel stuk opgeschoten zijn. Tenminste, zo zie ik het op dit moment voor me.

In tijden van corona

Het is nu 9 april en iedereen moet nog steeds zoveel mogelijk thuisblijven. Tot 28 april zijn er geen lessen in de klas mogelijk en wie weet duurt het nog langer. Ik ben begonnen met online video-contact. Cursisten zijn erg blij om bij te kunnen praten, ook ik word vrolijk van deze nieuwe manier om elkaar toch te spreken en te zien. We missen elkaar.

De meest gebruikte (laagdrempelige) tool hiervoor ligt onder vuur i.v.m. privacy. Aarzeling is op zijn plaats. Daarnaast twijfel ik of het echt lesgeven gaat worden: het zijn voor nu kortere sessies waarin ik cursisten kan aansporen om zelf te werken. We kunnen kort iets behandelen, ik kan vragen beantwoorden, huiswerk geven en nakijken. We spreken ook veel over andere dingen dan les.

Zo gaan we er de komende tijd het beste van maken, zodat we allemaal betrokken blijven.

Voorkomen is beter dan genezen

Na de persconferentie van de premier en RIVM-deskundigen over de opmars van het Coronavirus, heb ook ik de deur gesloten. Mijn cursisten breng ik hiervan op de hoogte via onze appgroepen en telefonisch. Op het raam het bekende briefje.

Ik ontmoet alleen begrip, maar het blijft onwerkelijk. Uiteraard geef ik de cursisten wel wat mee: herhaal je dingen, leer je woorden en grammatica. Werk alvast wat vooruit in je boek. Ik prijs me gelukkig dat mijn lesgroepen uit de voeten kunnen met zulke algemeenheden, en dat ook de methode zich leent voor enige zelfwerkzaamheid. Ik denk nog even na over specifiek huiswerk.

‘Geen les’ betekent voor mij ook ‘geen factuur’. Op zo’n moment ben je blij dat je als beginnend bedrijf op schema ligt qua toeloop en waardering. En niet te vergeten: het doorgaande proces van certificering.

Vóór mij ligt een onverwachte werkvakantie, waar ik eigenlijk best zin in heb. Tijd voor bezinning over koers en cursusinhoud. Daarnaast ook zeer concrete zaken als het belastingformulier, en voorbereiding op de volgende keuring van Blik op werk.

Onverwacht elkaar verstaan

Op 15 november 2019 begon ik met een groepje van 8 cursisten met 7 verschillende nationaliteiten. Ieder heeft een andere achtergrond, maar het doel komt overeen. Cursisten hebben soms onverwacht een taal gemeenschappelijk, waardoor ze onderling kunnen communiceren als het met het Nederlands nog niet lukt. Zo komen we samen tot een goed begrip van Nederlandse woorden en grammatica. Ze zijn leergierig en doen enorm hun best op tussentijdse toetsen. Voor een docent is het altijd weer een nieuw avontuur: iedere groep is anders en heeft behoefte aan een andere aanpak.

Achtergronden meer divers

Ik geef nu les aan twee groepen ‘naar A2’ , aan één groep ‘naar B1’ en nog aan één groep een korte cursus Kennis van de Nederlandse maatschappij. In februari is de cursus ‘KNM’ afgelopen en heb ik weer ruimte voor een nieuw groepje.
Afhankelijk van de vraag wordt dat ‘naar A1’ of ‘naar A2’.
Ik word gebeld of gemaild door mensen die les willen volgen, of die een partner hebben die les moet volgen. In het begin waren het vooral statushouders uit Syrië, maar er komen steeds meer mensen met andere nationaliteiten en achtergronden.

De vaart zit er nog steeds in.

Het is nu juni 2019 en ik ben bijna een jaar als zelfstandige aan het werk. Het lesgeven boeit me, het is altijd weer anders en geeft energie! Cursisten komen soms met rake opmerkingen uit de hoek die over de taal of over het leven hier gaan. Soms zeg ik ‘hier moet ik even over nadenken.’ De volgende les praten we er dan over.
Ik volg mijn structuur in de les, maar er is af en toe ruimte voor hetgeen de cursisten bezighoudt, vaak is ook dat weer te linken aan de Nederlandse taal. Sommige cursisten willen ‘zo snel mogelijk het boek uit’ en anderen willen ‘meer dictee’ of juist ‘meer praten’ : ik bepaal de balans zodat iedereen zich de leerstof zo goed mogelijk eigen kan maken. De richting moet duidelijk zijn, feedback verdient aandacht.

Op dit moment heb ik 4 groepen, van 4 tot 7 cursisten per groep. Als er 100 uur voorbij zijn, wisselt de samenstelling van een groep. Wie wil verder? Wie wil iets herhalen? Wie gaat examen doen? Wie gaat elders verder? Of iemand kent nog een buurvrouw of familielid die het volgende niveau mee wil doen. Zo vormt zich dan weer een nieuwe groep. Soms dient iemand zich aan voor een proefles: een keertje meedoen kan altijd.

Keurmerk
In februari vond er een lesobservatie plaats door een onderwijsinspecteur van ITTA. Spannend natuurlijk, maar met positief resultaat.
Daarna vond er een tevredenheidsonderzoek plaats onder mijn cursisten. Met de 9,0 was ik erg blij.
In mei was er de financiële controle door het ministerie (uitgevoerd door Normec VRO). Allemaal goed verlopen. Terecht treedt de overheid hier nu gedecideerder op dan voorheen, een schone branch is in ieders belang!
Binnenkort volgt de resultaten-audit van Blik op Werk. Al deze stappen zijn noodzakelijk om het definitieve keurmerk te verkrijgen.

DUO
Verder is er de interactie met DUO: het uitwisselen van cursistengegevens, factuurgegevens, betalingen die mij moeten bereiken. Regels veranderen omdat het bestaande systeem niet voldeed. Ik zit er middenin en heb begrip voor de noodzaak van een heldere administratie. Maar qua tijdsinvestering lijkt het wel een soort eigen inburgertraject.

Suzan de Hulster
info@taalbeeldalmere.nl